Vier vliegen

 

Het westen van Ierland is een woest en voor een groot deel verlaten gebied. Ik verbleef er enige tijd nabij de heilige berg van Ierland, Croagh Patrick. De berg is nu aan de heilige Sint Patrick, patroonheilige voor het rooms-katholieke Ierland, gewijd, maar was ooit aan de keltische oorlogsgod gewijd. Een goede plek om in afzondering te oefenen.

Ik logeerde boven de lokale pub en op een dag vernam ik hoe de eigenaar de avond tevoren enkele lastige klanten uit zijn zaak had verwijderd. "Ach ja," zeiden zijn zoons, "in zijn jonge jaren heeft hij nog gebokst." Maar uit hun toon maakte ik op dat ze hun vaders vaardigheid niet erg serieus namen. Het was immers al zo lang geleden. Die middag zat ik aan tafel met de eigenaar. Het was hartje zomer en er zwermden wat vliegen door de keuken. De man zat ontspannen aan de tafel, zijn honden lagen als altijd aan zijn voeten. Zeer tegen de zin van zijn vrouw stopte hij ze af en toe wat toe. Zo nu en dan hapten de honden tevergeefs naar een vlieg.
Een goede maaltijd en warm, zonnig weer. Het was een dag van loomheid. De man leunde met zijn hoofd op zijn hand, de elleboog steunend op tafel. Ik dacht even dat hij in slaap was gevallen en keek dan ook geschrokken op toen zijn hand plotseling lossprong. Onder zijn middelvinger spartelde zoemend een grote vlieg. In de weken die volgden zag ik hem dit elke dag weer doen. Meestal ving hij de vliegen op deze wijze om ze dan weer los te laten. Een enkele keer doodde hij de vlieg. Natuurlijk probeerde ik het ook, maar zonder succes. Het bleek een veel moeilijkere oefening dan ik eerst had dacht. En toen drong het tot me door dat de man nog altijd dagelijks oefende. Hij was het boksen niet vergeten, alleen niemand herkende zijn manier van oefenen.

Mijn Japanse leraar die ik dit thuisgekomen vertelde herkende het echter meteen: "Ah, net als Musashi", zei hij. Het is een beroemde geschiedenis en vele malen verteld en verfilmd. En elke budoka kent het. Toch verhaal ik het hier nog eenmaal:

In een eenvoudige herberg zat een haveloos geklede man te eten. Hij maakte niet de indruk een echte samurai te zijn, maar hij beschikte wel over twee zwaarden, een kort en een lang. En het waren vooral deze twee kostbare zwaarden die de aandacht trokken van drie mannen die enkele tafels verder van de ronin zaten. De zwaarden konden goed geld opleveren, overwogen ze. Het zou ze niet veel moeite kosten de man te overmeesteren, de man was mager en at alsof hij in dagen niet had gegeten. En het was duidelijk dat hij niet bij deze of gene heer in dienst was, anders had hij er niet zo slordig gekleed bij gelopen. Het kon niet anders of dit was een rondzwervende ronin, een nietsnut van een verlopen samurai. Maar een stel mooie zwaarden had hij wel. De drie mannen beschimpten hem, daagden hem uit tot een gevecht - gedrieën konden ze hem met gemak aan, meenden ze. Maar de ronin reageerde niet, at in alle rust zijn maaltijd en negeerde zelfs een viertal vliegen die om zijn hoofd en zijn maaltijd vlogen. Uitgegeten schoof hij de schotel van zich af. De drie mannen schuin tegenover hem stonden op, hun handen op het gevest van hun zwaarden, klaar om meedogenloos toe te slaan. Maar ze bleven plotseling staan en hun adem stokte. De ronin voor hen pakte met enkele vlugge gebaren de vliegen die boven de tafel zwermden tussen zijn eetstokjes uit de lucht. De mannen gingen stilletjes weer zitten en zagen af van verdere pogingen de zwaarden van de ronin te bemachtigen. Pas veel later, toen de ronin al lang vertrokken was, vernamen ze dat ze ontsnapt waren aan het zwaard van de beroemde Miyamoto Musashi.

Aikido Nyumon nummer 6, 1993 (Tom Verhoeven)

 
 
 

E-MAIL ONS