Lexicon

 

Een beknopt overzicht van veel gebruikte termen in Aikido. De Aikido lexicon is een van de vaste rubrieken van de Aikido Nyumon.

Ai Liefde
Ai (go) Ontmoeten.
Aiki Synthese, eenwording met de ander, het object, de ruimte, de natuur, de kosmos.
Aiki jinja Aiki schrijn. De grondlegger van Aikido, Ueshiba Morihei bouwde een Aiki jinja in Iwama en droeg deze op aan de geest van Aikido en de drieënveertig kami (beschermgoden) van Aikido.
Bokken (bokuto) Houten (boku) oefenzwaard.
Deshi Leerling, student (letterlijk jongere broeder).
Do Tao, michi, weg, pad, methode. Het zich verdiepen in de aard en essentie van de tao en het volgen van de Tao als een levenslange queeste is het streven van de taoist. Dit taoistische streven beïnvloedde de kunsten en spirituele disciplines in o.m. China en Japan.
De grondlegger Ueshiba Morihei beschouwde Aikido niet als een verzameling technieken waarmee mensen overwonnen konden worden noch als een creatieve sport, maar evenzeer als de taoisten als een spirituele levensweg (do) die tot zelfkennis en vrede leidt. Hij benadrukte dat aikidoka zich niet alleen moesten bekwamen in de technische aspecten van Aikido (ji no shugyo) maar zich moesten toeleggen op de verdieping in de essentie (ri no shugyo), de michi (do) van Aikido.
Fudo no shisei Onbewegelijke houding. Zittend of staand bevind de aikidoka zich altijd in fudo no shisei, een onbeweeglijke houding. De houding weerspiegelt de geesteshouding: ontspannen, flexibel en onverstoorbaar.
Giri snijden
Hanbo Korte stok (50 - 70 cm lang)
Hanmi Aikido kent slechts een basishouding: Hanmi (halve stand). In hanmi staat men nooit frontaal tegenover iemand, maar altijd half weggedraaid, een voet voor de ander. In deze houding is snel wegdraaien, opzij stappen en direct in bewegen altijd mogelijk. Hanmi is een typische zwaardvechtershouding.
Hidari Links
Ji no shugyo Het zich bekwamen in de vorm, technische training.
Jo Korte staf (130 cm lang).
Kakejiku Op traditionele wijze ingelijste calligrafie.
Kihon waza Basistechnieken
Kihon gi Basisvorm
Keiko gi Oefenkleding.
Ki Lucht, pneuma, prana, oerstof, levensenergie.
Kokyu Ademen
Koshi nage Heupworp (koshi - heup, nage - worp).
Migi Rechts
Reigi (reikishi) Etiquette.
Ri no shugyo Het zich verdiepen in de essentie, spirituele mentale oefening.
Ryoku Kracht
Ryuha School, stijl.
Sabi Verlatenheid of eenzaamheid. De begrippen "wabi" en "sabi" zijn twee fundamentele principes in de Chinese en Japanse kunst en cultuur. Wabi laat zich vertalen als armoede of als behoefte; sabi als verlatenheid of als eenzaamheid. De meer filosofische betekenis is echter wijdser en moeilijk in enkele woorden samen te vatten. Zo duidt wabi op een zekere onafhankelijkheid van materieel bezit en op innerlijke rijkdom die elk aards bezit verre te boven gaat. Sabi duidt op het ontbreken van geraffineerdheid, een gebrek aan "wereldwijsheid", op het vermogen de werkelijkheid te benaderen zonder cynisme. Een goed voorbeeld van wabi en sabi zijn de benodigdheden voor de Japanse theeceremonie. Gemaakt van natuurlijke materialen ogen ze heel eenvoudig, terwijl ze overduidelijk met veel zorg gemaakt zijn. Elk voorwerp is gemaakt op traditionele wijze, toch is ieder object op zich weer uniek. Sabi uit zich door sierlijkheid, bevalligheid, eenvoud, tesamen met een onverbrekelijke band met oude tradities. Sabi houdt ook een zekere onvolmaaktheid in en het houdt het ongekunstelde in. De aikidoka die in staat is een techniek nauwkeurig uit te voeren en tegelijkertijd iets oorspronkelijks, iets eigens weet te behouden (hetgeen zich heel goed kan uiten in een imperfectie tijdens de uitvoering van een tecniek), laat iets zien van begrip voor sabi. De aikidoka die daarentegen een techniek alleen maar keurig netjes na kan doen is te vormelijk en te stilistisch bezig en mist gevoel voor sabi.
De filosofische begrippen wabi en sabi worden geassocieerd met de liefde voor de natuur, een voorkeur voor een zekere onevenwichtigheid en asymmetrie, het vermijden van abstractie, intelectualisme en de overdreven zin voor het praktische.
Seiza In Aikido zit men geknield, met rechte rug, de knieën minimaal twee vuisten breed van elkaar, de grote tenen gekruist en met de voeten een bekken vormend waarop men zit. In de meest ideale positie zit men als op een gelijkzijdige driehoek, waarbij de afstand tussen de knieën hetzelfde is als de afstand tussen knie en voet.
"Zit onbeweeglijk als een groot rotsblok" (kuden van O Sensei).
Sensei Letterlijk "eerder geboren". Een leraar wordt respectvol met sensei aangesproken. In Japan is het gebruikelijk geleerden, auteurs, artsen e.d. met sensei aan te spreken. Sensei is een aanspreektitel, dus een leraar zal nooit zichzelf sensei noemen.
Shi Samurai, geleerde, gentleman.
Shido De weg van de geleerde, van de samurai.
Shikko Voortbewegen op de knieën
Shinto (kami no michi) De weg der goden. Shinto is de Japanse oerreligie en verwant aan het Chinese taoisme.De grondlegger van Aikido, Ueshiba Morihei, was een aanhanger van de Omoto kyo, een moderne Shinto religie. Veel technieken en principes van Aikido legde hij uit met Shinto-begrippen. Ook de Aikido filosofie is sterk beinvloed door Shinto.
Taijutsu In Aikido onderscheiden we: kenjutsu; zwaardtechnieken, jojutsu; stoktechnieken en taijutsu; ongewapende technieken.
Te hand
Tegatana Letterlijk handzwaard. De hand (en onderarm) wordt in Aikido gebruikt als ware het een zwaard.
Tsuki stoot
Uchi slag
Wabi Armoede, behoefte. Het filosofische principe "wabi" houdt niet zozeer armoede of behoefte in de zin van het ontberen van materiële goederen in, maar meer het niet afhankelijk zijn van materieel bezit. Wabi drukt een zekere onafhankelijkheid van de materie uit; een goede schilder heeft niet per se de duurste penselen nodig om een mooi schilderij te kunnen creëren. Het duidt ook op ongecompliceerdheid, op het ontbreken van overdadige versieringen en gewichtigdoenerij. In Aikido zijn de eenvoudige witte keikogi die alle aikidoka dragen en de sobere inrichting van de dojo enkele voorbeelden van wabi.
Zanshin Aanhoudende concentratie.
Zarei Groeten, buigen vanuit een zittende positie (seiza). In Iaido is het in navolging van een oudere ryuha gebruik geworden om bij het zittend buigen (zarei) eerst de linkerhand neer te zetten en vervolgens de rechterhand. Het idee hierachter is dat de samurai tot op het allerlaatste moment de rechterhand vrij houdt om daarmee zonodig zijn zwaard te kunnen trekken. Een aantal van Ueshiba's jongste leerlingen namen dit gebruik over en gaven dit op hun beurt weer door aan hun leerlingen. Toch is het een gebruik waar de grondlegger van Aikido niet achter stond. Volgens hem moest men naar de ander buigen zoals men naar een jinja (Shinto schrijn) buigt, met overgave en vol vertrouwen, niet met de achterdochtige geest van iemand die in dit moment van ontmoeten (Aiki) dreiging en gevaar zoekt of verwacht.
Beide handen worden tegelijkertijd neer gezet, waarbij de duimen en wijsvingers een driehoek vormen. Vervolgens buigt men, waarbij het voorhoofd naar de zo gevormde driehoek beweegt.
Zori Slippers
Zupon Broek van de keiko gi. Het Japanse zupon is afgeleid van het Franse jupon.

Lexicon samengesteld door Tom Verhoeven sensei (Copyright 1999)

 
 
 

E-MAIL ONS